SURSEANCE VAN BETALING
Alles over surseance van betaling.
Tips en tricks en al hetgeen je nog meer wil weten over uitstel van betaling.

failliet verklaard? neem direct contact op!

Bent u failliet verklaard of bent u een schuldeiser en wilt u graag de schuldenaar failliet verklaren? Onze advocaten faillissementsrecht helpen u graag. Als door de wol geverfde specialisten adviseren wij u over  de mogelijkheden en opties .

wie kan failliet verklaard worden?

Elk bedrijf of persoon die in de toestand verkeerd dat hij is ‘opgehouden te betalen’, kan failliet verklaard worden. Hieronder vallen zowel natuurlijke personen (lees: particulieren) als ook privaatrechtrechtelijke personen (BV’s, NV’s, stichtingen en verenigingen), kerkgenootschappen, kredietinstellingen (banken) en verzekeraars. Publiekrechtelijke rechtspersonen (bijv. gemeenten) kunnen in principe niet failliet verklaard worden. Vennoten van een vennootschap onder firma (VOF) en een maatschap zijn eigenlijk geen rechtspersonen, maar kunnen als vennoten afzonderlijk failliet verklaard worden. Hetzelfde geldt voor een commanditaire vennootschap (CV) met een of meerdere beherende vennoten.

Ee

failliet verklaring – hoe werkt dat?

Toestand opgehouden hebben te betalen?

Wat wordt hiermee bedoeld, vraagt u zich mogelijk af.

Om failliet verklaard te worden, dient een schuldenaar in de toestand te verkeren dat hij is opgehouden te betalen. Alleen in dat geval kan de schuldenaar door de rechtbank failliet verklaard worden. Meestal wordt dit uitgelegd door aan te geven, dat een faillissement kan worden uitgesproken als er sprake is van 2 of meer schuldeisers die niet betaald krijgen.

minimale voorwaarden voor failliet verklaring

Er zijn feitelijk 2 minimumvereisten, waar een verzoek tot faillietverklaring moet voldoen om te kunnen slagen.

  1. Pluraliteit van schuldeisers
    Als er maar 1 schuldeiser, zal de insolventierechter – in principe – tot de conclusie komen dat faillietverklaring

– bijvoorbeeld een BV, NV, stichting of vereniging – die verwacht dat hij zijn betalingsverplichtingen althans de ‘opeisbare schulden’ niet kan nakomen, kan surseance  van betaling aanvragen (ook wel uitstel van betaling genoemd, zie ook artikel 214 lid 1 van de Faillissementswet).

Dit kan een besloten vennootschap (BV), naamloze vennootschap (NV), coöperatie, vereniging of stichting zijn, maar ook een natuurlijk persoon die – bijvoorbeeld in de vorm van een eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap (CV) of  maatschap – een zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent.

Surseance van betaling zal niet worden verleend, wanneer er geen sprake is van het uitoefenen van beroep of bedrijf en ook niet aan kredietinstellingen zoals banken als ook verzekeraars. Voor de categorie van kredietinstellingen en verzekeraars heeft de wetgever destijds een uitzondering gemaakt en zij staan onder speciaal toezicht.

Advocaat nodig voor de aanvraag van surseance van betaling

Deze persoon of dit bedrijf dient een door zijn advocaat en door de rechtsgeldig vertegenwoordiger (bestuurder) ondertekend verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. Op basis van dit verzoekschrift zal de rechter bekijken of hij

  1. gerechtigd is om te oordelen over het verzoek (met andere woorden is hij wel bevoegd of bijvoorbeeld een andere rechtbank) en
  2. een boedelbeschrijving en overzicht van schuldeisers aantreft waaruit blijkt wat het bedrag aan openstaande vorderingen is.

Dit verzoekschrift met bijlagen zal vervolgens openbaar bij de griffie van de rechtbank inzichtelijk zijn en de rechtbank zal zo spoedig mogelijk beslissen of het verzoek compleet is om surseance van betaling te verlenen.

Voor het aanvragen van een surseance heb je dus altijd een – gespecialiseerde – advocaat nodig. LEAN LAWYERS heeft de expertise die jij zoekt.

Voorlopige surseance van betaling

Als de rechtbank vervolgens vaststelt dat het verzoek compleet is, zal de rechtbank in principe altijd overgaan tot het verlenen van een voorlopige surseance van betaling. Binnen 24 uur na indiening neemt de rechtbank deze beslissing en zij benoemd dan 1 of meerdere bewindvoerders.

Normaal gesproken wordt dan ook voor op een termijn van 2 tot 4 maanden een dag bepaald, waarop de rechtbank zal beslissen of zij de voorlopige surseance omzet naar een definitieve surseance van betaling.

De rechtbank roept dan vervolgens – normaal gesproken per post – ook de bekende schuldeisers op om op die vastgestelde dag te verschijnen. Dit opdat deze schuldeisers ook gehoord kunnen worden over de (eventuele) definitieve verlening van surseance van betaling.

Definitieve verlening van surseance van betaling

Tijdens de zitting die gaat over het al dan niet definitief verlenen van surseance van betaling, wordt door de rechtbank de aanvrager gehoord, maar ook de zogeheten rechter-commissaris, de bewindvoerder en de schuldeisers van de aanvrager. Ook als de schuldeiser geen officiële uitnodiging heeft gehad, maar ter zitting kan aantonen dat hij wel een schuldeiser is, zal hij door de rechtbank gehoord worden.

Verzetten tegen definitieve surseance van betaling

Vaak wordt door schuldeisers (of bijvoorbeeld door de bewindvoerder) geopperd dat er een (gegronde) vrees bestaat dat de aanvrager van de surseance zal proberen de schuldeisers te benadelen óf dat er geen redelijk vooruitzicht bestaat dat na verloop van tijd de schuldeisers betaald kunnen worden dan wel een regeling (lees: een akkoord) met de schuldeisers kan worden bereikt.

Dit zal altijd goed onderzocht moeten worden door de rechtbank en als de rechtbank constateert dat dit inderdaad het geval is, dan zal definitieve surseance van betaling normaal gesproken niet kunnen worden verleend. Zie in dat kader ook artikel 218 lid 4 van de Faillissementswet.

Afwijzing van surseance van betaling, altijd faillietverklaring?

Alhoewel surseance van betaling feitelijk altijd zeer snel wordt verleend, gebeurt dit wel altijd voorlopig. Een voorlopige surseance van betaling kan vervolgens ook vrij snel  omgebogen worden tot een faillissement, doordat bijvoorbeeld de bewindvoerder er geen heil meer in ziet en vervolgens de rechtbank verzoekt om over te gaan tot een omzetting in een faillissement.

De rechtbank zal dan moeten constateren dat de schuldenaar, organisatie of onderneming verkeerd in de ‘toestand van te hebben opgehouden te betalen‘. Hoe dit werkt, leggen we je graag [hier] uit.

Wat als de surseance van betaling wordt omgezet in een faillissement?

In dat geval zal de bewindvoerder in 99 van de 100 gevallen ook tot curator van de failliete (rechts)persoon worden benoemd en overgaan tot het afwikkelen van het faillissement en het creëren van een zo hoog mogelijk bedrag voor de schuldeisers.

Kort gezegd, onder meer door te kijken naar opties om de onderneming middels een doorstart te verkopen of bijvoorbeeld door te kijken naar nog te innen bedragen, te verkopen goederen.

Daarnaast zal de curator kijken naar de aansprakelijkheid van bijvoorbeeld betrokken bestuurders. Is hen bijvoorbeeld iets te verwijten en zo ja in welke mate?

In al dit soort gevallen is het altijd aan te raden om een gespecialiseerde advocaat […] in te schakelen.

Hoe lang kan een surseance van betaling duren?

Wanneer uitstel van betaling door de rechtbank definitief wordt verleend, dan wordt dit voor maximaal 1,5 jaar gedaan.

Surseance kan verlengd worden

Vervolgens kan de partij aan wie surseance is verleend (lees: de aanvrager) keer op keer een verlenging vragen voor de duur van steeds weer maximaal 1,5 jaar. Dit zou feitelijk oneindig doorgezet kunnen worden, maar de rechter toetst een verzoek tot verlenging van de surseance-termijn steeds op dezelfde manier als het originele verzoek tot definitieve surseance.

Dit betekent dus dat keer op keer het voorstel tot verlenging getoetst wordt op haalbaarheid. De aanvrager moet dan in feite aantonen dat schuldeisers door deze verlenging niet benadeeld worden en ook dat er een redelijk vooruitzicht bestaat dat na verloop van tijd de schuldeisers betaald kunnen worden dan wel een regeling (lees: een akkoord) met de schuldeisers kan worden getroffen.

Hoe eindigt een uitstel van betaling?

Uitstel van betaling eindigt:

  • Na verzoek om intrekking van de bewindvoerder of één van de schuldeisers. Daarna volgt meestal een faillissement.
  • Het bedrijf kan zelf om intrekking verzoeken als hij weer in staat is zijn betalingen te hervatten.
  • Door het definitief worden van een akkoord met de schuldeisers.

Meer veelgestelde vragen tref je hieronder aan ⇓

Wil je direct vrijblijvend overleggen? Laat het ons weten!

vragen of vrijblijvend sparren?

Wij helpen je verder

Andere veelgestelde vragen

Wat is de rol van de bewindvoerder?

Tijdens de surseance van betaling wordt een bewindvoerder aangesteld, die samen met de schuldenaar het beheer over het bedrijf voert. (De directie c.q. de bestuurder van) het bedrijf heeft voor belangrijke beslissingen medewerking, machtiging of bijstand nodig van de bewindvoerder.

Zo lang uitstel van betaling voortduurt, worden schulden aan alle schuldeisers gezamenlijk en in evenredigheid betaald. Betaling ineens van een vordering aan één van de schuldeisers is dan ook niet toegestaan. De bewindvoerder houdt hier toezicht op.

De bewindvoerder voert samen met de schuldenaar het beheer over diens zaken. Tijdens een surseance verliest het bedrijf namelijk niet het beheer en de over de boedel. Maar als het bedrijf beslissingen neemt over de ‘boedel’, heeft hij altijd machtiging of bijstand van de bewindvoerder nodig. De bewindvoerder en (de directie van) het bedrijf moeten dus samenwerken.

De bewindvoerder brengt in principe elke 3 maanden verslag uit over de stand van de boedel.

Wat is de rol van het bestuur/ de directie van de onderneming na het uitspreken van surseance van betaling?

De directie/ het bestuur van de onderneming blijft bevoegd, maar dan wel samen met de bewindvoerder. De bewindvoerder wordt door de rechtbank nagenoeg altijd direct aangesteld bij het verlenen van de voorlopige surseance benoemd.

Wat voor gevolgen heeft een surseance van betaling voor schuldeisers?

Tijdens een surseance van betaling kan het bedrijf niet worden verplicht om schulden te betalen die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de surseance. Ook worden alle zogeheten verhaalsacties van schuldeisers geschorst. Gelegde beslagen vervallen namelijk als een surseance van betaling definitief is verleend.

Zo lang uitstel van betaling voortduurt, worden schulden aan alle schuldeisers gezamenlijk en in evenredigheid betaald. Betaling ineens van een vordering aan één van de schuldeisers is dan ook niet toegestaan. De bewindvoerder houdt hier toezicht op.

Worden betaling van alle schulden opgeschort of zijn er uitzonderingen?

Ja, er zijn uitzonderingen.

Belastingdienst

De surseance van betaling werkt – net als bij een faillissement – niet ten aanzien van vorderingen waaraan zogeheten voorrang is verbonden. Denk hierbij aan belastingschulden die zijn ontstaan voor het verlenen van de surseance, tenzij (!) die niet verhaald kunnen worden op de goederen waarop de voorrang rust.

Uitgangspunt is dat die schulden volledig betaald dienen te worden.

Ter illustratie, wanneer een onderneming belastingschulden heeft die krachtens Invorderingswet door de Belastingdienst verhaald kunnen worden op bijvoorbeeld inventaris (het fiscale voorrecht gaat in principe boven een eventueel pandrecht op inventaris), dan kan de Belastingdienst deze inventaris middels een executieveiling verkopen en de opbrengst van deze executieveiling opeisen.

De Belastingdienst merkt feitelijk dus niets van het uitstel van betaling en hoeft zich daar niets van aan te trekken.

Overigens is het onze verwachting dat – mits duidelijk relateerbaar – vanwege de coronamaatregelen die het Kabinet getroffen heeft, een onderneming wel ook een beroep kan doen op uitstel van betaling van belastingschulden. De Belastingdienst zal zich in het algemeen in de eerste maanden na corona terughoudender opstellen en niet snel overgaan tot het treffen van zogeheten executiemaatregelen, zoals beslaglegging op goederen of openstaande debiteuren en/of het verkopen van goederen via een executieveiling.

Pand- en hypotheekhouders

Pandhouders hoeven zich ook iets van de surseance van betaling aan te trekken. Zij kunnen hun pandrechten ‘gewoon’ uitoefenen, hetgeen inhoudt dat ze de verpande goederen executoriaal kunnen verkopen.

Hetzelfde geldt voor hypotheekhouders, zoals bijvoorbeeld banken en kredietverstrekkers die dit (standaard) bij de financiering regelen.

Het kan echter wel de vraag zijn of het wel in het belang van de pand- of hypotheekhouder is om gebruik te maken van deze rechten. Het ligt vaak meer voor de hand dat de betreffende financier afwacht om te bezien wat de kans van slagen van een zogeheten schuldeisersakkoord is.

Hou rekening met de bijzondere positie van de Belastingdienst, pand- en hypotheekhouders. Ze zijn van beslissende aard als het gaat om het verder kunnen met de onderneming bij surseance van betaling.

Lopende overeenkomsten, wat gebeurt daarmee tijdens surseance?

Alle lopende overeenkomsten dienen door de onderneming die in surseance verkeerd, gerespecteerd te worden. Deze houden dus niet op te bestaan met de uitspraak tot verlening van de (voorlopige of definitieve) surseance van betaling.

Wel kan het zo zijn dat in de betreffende (lopende) overeenkomst een (surseance)bepaling is opgenomen die ziet op het tussentijds beëindigen van die overeenkomst bij het (voorlopig of definitief) vaststellen van een surseance van betaling of – soms zelfs – bij het aanvragen van surseance c.q. uitstel van betaling.

Het is dus zaak om vooraf ook dit soort consequenties te checken bij belangrijke/essentiële overeenkomsten en mogelijk zelfs al vooroverleg te plegen met de belangrijkste schuldeisers/ leveranciers van de onderneming.

Huurovereenkomsten geldt daar iets speciaals voor?

De huur kan worden opgezegd conform de overeengekomen of de wettelijke termijn. In ieder geval is een termijn van 3 maanden bij voorlopige of definitieve surseance van betaling voldoende.

Hier geldt dus iets anders dan bij andere lopende overeenkomsten.

Lopen arbeidsovereenkomsten ook gewoon door?

Arbeidsovereenkomsten lopen bij een surseance ook gewoon door.

Wel ligt het in de rede om te kijken naar bijvoorbeeld het beëindigen van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of het niet meer inhuren van gedetacheerde medewerkers.

Personeel kan ook worden ontslagen conform de overeengekomen of wettelijke termijn. In ieder geval is een termijn van 6 weken voldoende, behoudens bijzondere uitzonderingen. Van belang is, dat daarbij ook wel de gebruikelijke ontslagvergoeding (lees: de transitievergoeding) betaald kan worden door de onderneming. De bewindvoerder (en eventueel de rechtbank) zal hierop toetsen.

Daarnaast kan in bepaalde gevallen bijvoorbeeld ook werktijdverkorting voor het personeel worden aangevraagd.

Er kan makkelijker afscheid worden genomen van medewerkers, maar niet zonder goede redenen en met behoud van bijv. het recht op de transitievergoeding.

Belangrijke rol van de Ondernemingsraad

Bedenk echter wel dat ook bij een surseance/ uitstel van betaling de Ondernemingsraad een belangrijke rol blijft vervullen. Heeft de onderneming een OR dan blijft de OR gewoon in takt en heeft deze dezelfde advies- en instemmingsrechten als bij voor een surseance van betaling. Dit betekent onder meer dat besluiten als het reorganiseren van de onderneming aan advies onderhevig zijn.

Heeft een werknemer recht op een uitkering bij uitstel van betaling?

Bij uitstel/ surseance van betaling welke door de rechtbank voorlopig of definitief wordt verleend, kan een werknemer in aanmerking komen voor een uitkering van het UWV. Dit wordt ook wel een ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ genoemd. Deze uitkering kan de werknemer zelf bij het UWV aanvragen en dit kan in beginsel in de navolgende gevallen.

  • Wanneer de rechter de werkgever uitstel (surseance) van betaling heeft verleend.
  • Wanneer de werkgever failliet wordt verklaard.
  • Wanneer de werkgever een schuldsaneringsregeling heeft.
  • Wanneer het loon niet wordt betaald, de werkgever onbereikbaar is en de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn gestopt.

Het blijkt echter niet altijd even makkelijk om deze uitkering wegens betalingsonmacht bij het UWV ‘los’ te krijgen en vaak zien we dan ook dat werknemers die het loon niet meer betaald krijgen, naar de rechter stappen én het faillissement van de organisatie aanvragen.

Wat is een schuldeisersakkoord?

Bij een surseance van betaling kan – net als bij een faillissement – door het bedrijf een schuldeisersakkoord worden aangeboden. Dit akkoord kan dan door de rechter onder voorwaarden worden vastgesteld en jegens alle schuldeisers van toepassing worden verklaard. Dit noemen we een schuldeisers- of ook wel een dwangakkoord.

Bij een schuldeisersakkoord ontvangen de zogeheten concurrente (lees: ‘gewone’) schuldeisers allemaal een gelijk percentage van de openstaande vordering. In dat geval is  altijd het uitgangspunt dat de preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst, minimaal het dubbele percentage ontvangen dat aan de concurrente schuldeisers wordt aangeboden.

Behoudens zeer bijzondere omstandigheden gaat de Belastingdienst in de regel niet akkoord met een lager percentage.

Indien een schuldeisersakkoord is aangenomen, wordt dit – om rechtskracht te krijgen – door de rechtbank bekrachtigd (ook wel homologatie genoemd).

Wat gebeurt er met door schuldeisers gelegde beslagen?

Gelegde beslagen vervallen na de definitieve verlening van de surseance van betaling, dus niet direct bij het voorlopig verlenen van de surseance.

Wordt uitstel van betaling definitief verleend door de rechtbank? Dan vervallen de gelegde beslagen van rechtswege.

Wat is de rol van het bestuur/ de directie van de onderneming na het uitspreken van surseance van betaling?

De directie/ het bestuur van de onderneming blijft bevoegd, maar dan wel samen met de bewindvoerder. De bewindvoerder wordt door de rechtbank nagenoeg altijd direct aangesteld bij het verlenen van de voorlopige surseance benoemd.

De directie staat samen met de bewindvoerder aan het roer van de onderneming. De bewegingsruimte wordt dus vaak als beperkter ervaren.

Worden de uitgesproken surseance van betaling ergens vastgelegd?

Op het moment dat een uitstel van betaling is verleend, wordt dit gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister (CIR). Hierin staat genoteerd per wanneer de surseance van betaling is verleend en wie is benoemd tot bewindvoerder.

Wat is de rol van de rechter-commissaris bij uitstel van betaling?

In de meeste surseances van betaling wordt een rechter-commissaris (r-c) benoemd. De rol die de rechter-commissaris heeft, is echter een andere dan bij een faillissement waar de rechter-commissaris een toezichthoudende taak heeft. Hij geeft namelijk bij een surseance van betaling slechts advies aan de bewindvoerder.

Wordt uitstel van betaling altijd via de rechtbank geregeld?

Nee, vaak wordt als eerste stap via de informele weg uitstel van betaling gevraagd aan een of meerdere schuldeisers.

In dat geval treedt de onderneming/ organisatie in overleg met de schuldeisers en probeert men tot uitstel van betaling te komen en wordt vaak ook voorgesteld om op een later moment te komen tot een minnelijke regeling (al dan niet te treffen met alle crediteuren tegelijk).

Dit betekent echter wel dat de organisatie met de ‘billen bloot’ gaat en hiervan kan ook door bepaalde schuldeisers misbruik worden gemaakt. Zij vragen dan bijvoorbeeld snel het faillissement van de organisatie aan om zo ‘voor aan in de rij te komen staan’ en de druk om betaald te krijgen voordat andere crediteuren betaald worden, te verhogen.

Als je crediteuren wil benaderen voor een informeel uitstel van betaling, ben dan altijd op je hoede en bereid dit goed voor.

Is uitstel van betaling alleen voor ondernemers mogelijk?

Ja, uitstel van betaling (ook wel surseance van betaling genoemd) is alleen aan te vragen door organisaties of personen die een beroep of bedrijf uitoefenen.

Contacteer ons
1
HULP NODIG? BEL ONS!
+31 85 303 64 29
MALIESTRAAT 3 – 3581 SH UTRECHT
Strawinskylaan 4117 (4e) – 1077 ZX  AMSTERDAM
FAILLISSEMENT@LEANLAWYERS.NL

Related Posts