085 30 36 429

Het faillissement is uitgesproken. Toch gebeurt er op vele fronten nog het één en ander. Zo hoeft er geen sprake te zijn van het einde van de onderneming en kan er doorgestart worden. Daarnaast kunnen zich ook probleemsituaties met bestuurders, leveranciers of (gedupeerde) klanten voordoen. Hieronder komen een aantal veelvoorkomende onderwerpen aan bod die zich voor kunnen doen ná een faillissement.

Claims indienen

Bij het faillissement van een (grote) onderneming kan zich de situatie voordoen dat er een grote groep klanten of belanghebbenden zijn die schade hebben ondervonden. We spreken dan van massaschade. Wanneer zo’n situatie van massaschade zich voordoet zullen er in veel gevallen organisaties opstaan die een massaschadeclaim willen indienen. Hiermee kunnen gedupeerden (een deel van) hun schade vergoed krijgen. Enkele voorbeelden van zulke claimorganisaties zijn stichting Imtechclaim, stichting Volkswagenaudiclaim en stichting Renteswapschadeclaim. In eerste instantie zullen de claimorganisaties in gesprek gaan met de onderneming om de mogelijkheden van een schikking te bespreken. Wanneer dit niet lukt zullen zij vaak een collectieve actie bij de rechter instellen. Deze actie leidt niet direct tot schadevergoedingen maar vaak wel tot een verklaring voor recht dat de failliete onderneming aansprakelijk is voor de schade.

Wanneer je als ondernemer de dupe bent geworden van het faillissement van een andere onderneming loont het om uit te zoeken of er een claimorganisatie is die de schade voor je kan en wil claimen. Wanneer dat niet het geval is kan de schade nog steeds verhaald worden. Faillissementadvocaat.nl kan samen met je een procedure aanspannen of, wanneer er samen met jou meerdere gedupeerden zijn, op basis van volmachten een collectieve actie instellen.

Problemen als leverancier

Als leverancier zul je soms goederen leveren waarvan de betaling op een later moment volgt. Je zit er dan niet op te wachten dat de afnemer failliet gaat en je naar je geld kunt fluiten. Wanneer je geen bijzondere afspraken over de levering maakt (hier gaan we zo verder op in) zul je je moeten aansluiten bij de rest van de schuldeisers en zul je in veel gevallen maar een (zeer) klein deel van je vordering terugzien. Een oplossing hiervoor is het leveren onder eigendomsvoorbehoud. Bij een eigendomsvoorbehoud blijven de goederen van jou totdat de afnemer het volledige bedrag betaald heeft. Met een eigendomsvoorbehoud vallen de goederen buiten de boedel van het faillissement. Via een schriftelijk beroep kunnen de goederen teruggevorderd worden bij de curator. Het is wel noodzakelijk om – nadat het faillissement uitgesproken is – zo snel mogelijk een beroep te doen op de curator. Wanneer de goederen doorverkocht worden, vervalt het eigendomsvoorbehoud. Je bent dan, kort gezegd, je recht op de goederen kwijt.

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen twee vormen van eigendomsvoorbehoud: een beperkte en uitgebreide variant. Bij de beperkte variant is het eigendomsvoorbehoud gevestigd per goed. Is dat ene goed net verkocht wanneer je je recht inroept? Dan heb je pech. Bij de uitgebreide variant van het eigendomsvoorbehoud zal dit niet zo snel gebeuren: eerder geleverde goederen die zijn wél netjes zijn betaald door de afnemer kunnen alsnog worden teruggehaald. Deze dienen dan als vervanging voor het goed wat je éigenlijk terug had willen halen.

Tot slot nog wat tips: leg het eigendomsvoorbehoud schriftelijk (en het liefs contractueel) vast en zorg dat je goederen identificeerbaar zijn. Het meest doeltreffend is een contractuele overeenkomst van eigendomsvoorbehoud, al mag het eigendomsvoorbehoud ook in de algemene voorwaarden staan. Deze algemene voorwaarden moeten wel ter hand zijn gesteld en de voorwaarden moeten van toepassing verklaard zijn. Daarnaast is het dus van belang om de goederen identificeerbaar zijn. Wanneer je geleverde goed verdwenen is in een magazijn vol soortgelijke producten en het specifieke goed is niet te achterhalen, dan vergaat je eigendomsvoorbehoud. Zorg er daarom voor dat goederen herkenbaar zijn met een code en/of leverdatum.

Problemen met curator

Tijdens een faillissement zijn de curator en de gefailleerde ondernemer meestal niet de beste vrienden. Een veel gehoorde klacht uit de praktijk is dat curatoren neerbuigend zijn naar de ondernemers, wat de noodzakelijke samenwerking niet ten goede komt. Daarnaast bestaan er veel klachten over de boedelverkopen die de curator uitvoert; vaak wordt gesteld dat de boedel te goedkoop verkocht wordt.

Er zijn een aantal opties om problemen met een curator aan te kaarten. Allereerst kan er een klacht neer worden gelegd bij de Rechter-Commissaris (R-C). Dit is geen formele procedure en de R-C zendt de klacht enkel door naar de curator. Vaak blijkt dat dit al een hoop (kleine) problemen en misverstanden weet op te lossen. Het is ook mogelijk om een verzoek bij de R-C neer te leggen waarbij de curator wordt bevolen om iets wel/niet te doen. Deze procedure is wettelijk geregeld en bevat ook een formele, inhoudelijke reactie van de R-C. Het is daarna ook mogelijk hoger beroep in te stellen. Het verzoek kan wel enkel ingesteld worden in het belang van de boedel, wat het minder geschikt maakt voor persoonlijke geschillen met de curator.

Het is tot slot ook mogelijk om een gerechtelijke procedure tegen een curator te starten. De procedure kan gericht zijn op de curator binnen zijn rol als curator (q.q. aansprakelijkheid) of de procedure kan gericht zijn op de curator in privé (pro se aansprakelijkheid). Bij q.q. aansprakelijkheid moet er sprake zijn van een onrechtmatige daad van de curator en eventuele schade hieruit komt ten laste van de failliete boedel. Bij privé (pro se)-aansprakelijkheid wordt de curator met zijn privé vermogen aangesproken. Om aansprakelijk te zijn moet de curator een zorgvuldigheidsnorm hebben overschreden, zoals het verkopen van goederen die niet van de failliete boedel zijn maar van een derde. Pro se aansprakelijkheid is een vergaand middel, waardoor er strenge toetsingseisen zijn.