085 30 36 429

Wanneer een bedrijf in een faillissement belandt, worden de bezittingen van het bedrijf onder leiding van een curator verkocht. De opbrengst hiervan wordt verdeeld over de schuldeisers. Op wat uitzonderingen na betekent een faillissement eigenlijk altijd het einde van een onderneming; een gevolg met een erg grote impact. Wat zijn de voorwaarden van een faillissementsaanvraag?

In het kort komt het neer op twee voorwaarden, namelijk (1) de onderneming waar het faillissement voor aangevraagd wordt is opgehouden met betalen en (2) er zijn meerdere schuldeisers, ook wel het pluraliteitsvereiste genoemd. Hieronder zullen we beide vereisten kort bespreken.

Vereiste één: de schuldenaar is opgehouden met betalen

Voordat een faillissement aan de orde kan komen, moet er sprake zijn van de situatie dat een schuldenaar niet betaald. Wanneer een onderneming netjes haar facturen betaald en er geen onbetaalde schulden zijn, is er ook geen reden voor een faillissement. Er moet sprake zijn van de situatie dat iemand een vordering op de schuldenaar heeft en dat hij deze niet (meer) betaalt. Bij een faillissementsaanvraag moet er op zijn minst één opeisbare vordering zijn; alleen dan kan er sprake zijn van de situatie dat er niet (meer) betaald wordt. Er wordt door de rechter summier getoetst of dit het geval is. Summier toetsen houdt in dat er geen grondig onderzoek wordt verricht maar dat er enkel gekeken wordt of het aannemelijk is dat de schuldenaar zich in de toestand van niet-betalen bevindt. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit openstaande facturen, sommaties of aanmaningen.

Vereiste twee: er zijn meerdere schuldeisers (het pluraliteitsvereiste)

Een faillissement kan gezien worden als een publieke executie. Een onderneming betaalt niet (meer) en wordt daarom ‘gedemonteerd’, waarbij het geld wat uit de gedemonteerde onderdelen vrij komt verdeeld wordt onder de schuldeisers. Het element ‘verdelen onder elkaar’ is een belangrijk aspect van een faillissement, vandaar het vereiste dat er meerdere schuldeisers moeten zijn waarvan de vorderingen onbetaald blijven. Wanneer iemand een faillissement aan wil vragen moet er dus op zijn minst een tweede schuldeisende partij met een vordering gevonden worden. Dit wordt ook wel een steunvordering genoemd. Deze steunende partij hoeft overigens geen opeisbare vordering te hebben; een vorderingsrecht is voldoende. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een betaalregeling die getroffen is. Het is daarnaast ook niet nodig dat de partij met een vordering mee stemt in het faillissement.

Daarnaast zijn er een aantal aspecten van een steunvordering die het waard zijn om te benoemen. Zo mag een steunvordering niet van dezelfde partij zijn die de aanvraag ingediend heeft. Het is ook niet toegestaan om een gedeelte van de hoofdvordering af te staan aan een ander om op die manier een hoofdvordering plus steunvordering te creëren.

Overige vereisten

Naast de inhoudelijke vereisten wat betreft de aanvraag zijn er ook vereisten met betrekking tot het proces. De faillissementsaanvraag wordt in de vorm van een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank.

Meestal wordt een aanvraag tot faillissement ingediend door een of meerdere schuldeiser(s). In dat geval moet het verzoek ingediend worden door een advocaat. Soms vraagt men een eigen faillissement aan. In dat geval is het niet verplicht om het verzoek in te laten dienen door een advocaat, maar vaak wel aan te raden. Tot slot kan een faillissement ook door het Openbaar Ministerie (OM), de Belastingdienst ingediend worden.

Meer weten of direct advies nodig?

Neem direct vrijblijvend contact op met een van onze gespecialiseerde faillissementsadvocaten op het nummer 085 – 303 64 29 of bijvoorbeeld via het contactformulier.